donderdag 8 december 2016

Satékroketten


Een tijd geleden maakte ik een pannetje suddervlees dat niet zo goed lukte. Er zat veel te weinig smaak aan het vlees. De jus was overigens wel lekker. De jus heb ik in kleine porties ingevroren en met het vlees zat ik een beetje in mijn maag. Tot ik bedacht dat ik er kroketten mee kon maken. En aangezien wij gek zijn op een satékroketje van de Febo op zijn tijd werden het satekroketten. Of eigenlijk bitterballen, want na 4 kroketten draaien na een drukke werkdag had ik het er wel mee gehad en besloot ik dat bitterballen sneller gingen. De ragout had ik een dag eerder al gemaakt. Toen ik daarmee klaar was verzon ik dat ik niets opgeschreven had en dacht ik tegen beter weten in dat ik dat wel zou onthouden als ze lekker waren. Eenmaal klaar heb ik ze in de vriezer gedaan en een week later hebben we er eentje geproefd. En die bleek ontzettend lekker. Uiteraard was ik de hoeveelheden van de ingrediënten inmiddels vergeten en kon ik het recept niet bloggen.
Intussen stond er wel een restant kip in de koelkast waar ik dezelfde dag nog iets mee moest en dus ging de satékroket direct in de herkansing. En nu schreef ik de ingrediënten op terwijl ze in de pan gingen. Het resultaat zag er prima uit, maar na het bakken bleek de smaak toch niet helemaal zoals de eerste keer. Pffff, beetje jammer.
Poging 3 verliep naar tevredenheid, maar is wel iets omslachtiger. Ik maakte namelijk eerst pittig stoofvlees dat zo lekker was dat ik het bijna zonde vond er satékroketten van te maken. Het stoofvlees liet ik net zo lang pruttelen tot het vocht bijna ingekookt was en het vlees met een dikke sauslaag bedekt was. Met 2 vorken haalde ik het vlees uit elkaar en zo ging het de ragout in. De foto is weliswaar niet zo mooi, maar zo kun je wel zien hoe de verhouding saus en vlees is.



Aangevuld met de overige ingrediënten werd dit een zeer geslaagde kroketvulling. Lekker pittig en rijk gevuld met vlees. Je kunt voor dit recept ook een ander restje vlees gebruiken, maar dan zul je de ragout iets sterker moeten kruiden.

Satékroket


Ingrediënten voor 10 kroketten


Voor de vulling
  • 50 gram boter
  • 60 gram bloem
  • 380 ml bouillon
  • 450 gram stoofvlees
  • 1 teentje knoflook
  • 1 sjalotje
  • 1 eetlepel pindakaas
  • 1 theelepel sereh
  • 1 theelepel gember
  • 1 theelepel five spices
  • 2 theelepels sambal badjak
  • 1 theelepel ketjap
  • flinke snuf witte peper

Voor het paneren
  • 3 eieren
  • 65 gram paneermeel of panko (fijngemaakt in vijzel of keukenmachine)
  • 65 gram paneermeel of panko (zo uit de zak)

Smelt de boter in een pan met dikke bodem. Voeg in een keer alle bloem toe en roer goed door. Laat een minuut of 2 zachtjes bakken zodat de bloem gaar wordt en giet dan een scheutje bouillon bij de roux (het mengsel van boter en bloem). Roer goed door tot de bouillon is opgenomen en doe er dan weer een scheut bouillon bij. Roer weer tot de bouillon is opgenomen en doe er dan weer bouillon bij. De ragout moet de dikte krijgen van de inhoud van een warme kroket. Niet te dun dus. Kijk na 300 ml bouillon toevoegen even of de dikte goed genoeg is. Als je na het toevoegen van het stoofvlees denkt dat de ragout te dik is kun je de overige bouillon altijd nog toevoegen. Beter een iets te dikke ragout dan te dunne. Dan krijg je de kroketten nl niet gerold. 
Als je de ragout op dikte hebt roer je er de pindakaas, sojasaus en sambal door. Voeg de gember, peper, five spices en laos toe en roer goed door. Roer het stoofvlees door de ragout (die inmiddels salpicon heet, een dikke ragout) en proef of de salpicon op smaak is. Houd er rekening mee dat de smaak gerust iets sterker mag zijn dan je nodig denkt te vinden omdat de kroketten nog gepaneerd worden. Voeg evt nog wat extra van 1 van de ingrediënten toe en laat hem dan opstijven in de koelkast (minstens een paar uur, maar liefst een nacht).





Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen

Related Posts Plugin for WordPress, Blogger...